
Werk en werkwijze
Het INL staat voor Instituut voor Nederlandse lexicologie. Het is de plek waar iedereen terecht kan die iets over woorden, hun spelling, vorm, betekenis of gebruik door de eeuwen heen wil weten.
Het INL verzamelt en beschrijft de Nederlandse taal- en woordenschat van de 5de/ 6de eeuw tot het heden. Daartoe horen ook alle nieuwe woorden van de Nederlandse taal: van 06-dealer tot weeralarm en van deeltijd-WW tot triobaan.
De Nederlandse woordenschat door de eeuwen heen
Alle wetenschappelijke beschrijvingen over woorden en woordgroepen zijn gebaseerd op taalmateriaal. Daarom is een kerntaak van het INL het verzamelen en verrijken van teksten (corpora). Deze teksten zijn geschreven van in het vroegste Oudnederlands tot in de meest recente standaardtaal zoals die wordt gebruikt in Nederland, Vlaanderen en Suriname.
Wetenschappelijke aanpak
Alle aspecten van woorden en van de omgeving waarin woorden zich kunnen ophouden worden door het INL wetenschappelijk beschreven, verrijkt en beschikbaar gesteld. Voorbeelden zijn:
- Spelling
- Uitspraak
- Woordvorming
- Syntaxis
- Semantiek
- Pragmatiek
Van woordbetekenis tot grammaticale kenmerken
Het hedendaagse Nederlands wordt door het INL beschreven op een vernieuwende manier. De betekenis van een woord kan opgezocht worden. Via elementen uit een betekenisomschrijving kan men ook een woord of lijst woorden terugvinden. Voor taalhulp kan men eveneens bij het INL terecht. Er is informatie over spelling, morfologie, etymologie, woordgebruik en grammaticale kenmerken.
Deze informatie is te vinden in de woordenboeken en corpora.
Kennisbank van de Nederlandse woordenschat: Taalbank Nederlands
De brede en volledige benadering van het Nederlands door de eeuwen heen vormt de digitale infrastructuur van de Nederlandse woordenschat. Wij streven naar een allesomvattende kennisbank van de Nederlandse taal: de Taalbank Nederlands. Met behulp van deze digitale infrastructuur is het INL bovendien in staat om gegevens direct te koppelen aan bestaande andere digitale bronnen en referentiewerken. Het resultaat is:
- Het leggen van verbindingen met de beschrijving van woorden van verwante talen zoals het Fries, het Duits, het Engels of het Afrikaans.
- Verwijzingen vanuit de beschrijving van de woorden naar het digitale Taalportaal waarin de grammatica van het Nederlands beschikbaar komt.
- Een link naar de officiële spellingregels.



