|
De grote teksten De Wachtendonkse Psalmen. Dit is een interlineaire vertaling van de psalmen en cantica uit de tiende eeuw, die fragmentarisch bewaard is gebleven in kopieen uit de zestiende en zeventiende eeuw. De tekst is een bewerking van een Hoogduitse, waarschijnlijk Middelfrankische, voorloper en bevat dus ook Duitse woorden en vormen. De Wachtendonkse Psalmen zijn opgenomen in deel II-1 van het Corpus-Gysseling, p. 43-111; De Leidse Willeram, die omstreeks 1100 in de abdij van Egmond werd geschreven naar een bewerking van de Oudhoogduitse Hooglied-parafrase van Willeram van Ebersberg. In de tekst is de oorspronkelijke Hoogduitse Vorlage nog nadrukkelijk aanwezig. De Leidse Willeram wordt vermeld in Corpus-Gysseling II-1, p. 123-125 en is uitgegeven door W. Sanders: (Expositio) Willerammi Eberspergensis abbatis in Canticis canticorum, Die Leidener Handschrift. München, 1971; De Mittelfränkische Reimbibel, een in verschillende fragmenten overgeleverde bijbelberijming uit het begin van de twaalfde eeuw, die waarschijnlijk in de omgeving van Werden is ontstaan. Een recente uitgave met commentaar is: David A. Wells, The Central Franconian Rhyming Bible ("Mittelfränkische Reimbibel"): An Early-Twelfth-Century German Verse Homiliary. Amsterdam, New York, 2004. De kleinere Oudnederlandse teksten en tekstfragmenten: De runeninscripties van Britsum (vroege 6e eeuw), Westeremden I (ca. 550-750), Toornwerd (8e eeuw), Oostum (eind 8e - eind 9e eeuw) en Raskwerd (8e - 9e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p. 5-18) en de runeninscripties van Bergakker (ca. 475) en Bernsterburen (ca. 800); Een Hollandse lijst van heidense praktijken (eind 8e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p. 19-21); De zogenaamde Utrechtse doopbelofte (eind 8e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p. 22-26); Een zinsnede uit een Nederbergse doopbelofte [811-812], afschriften 10e en 12e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p. 27-28); De Oostnederrijns-Westfaalse paarde- en wormbezwering (eind 9e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p. 39); De Noordoostnederrijnse Prudentiusglossen (2e helft 10e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p. 112-117); De Noordnederrijnse bloedbezwering (1e helft 11e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p. 118-119); De Orosiusglossen uit Sint-Omaars (1e helft 11e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p. 120-121); De Hollands-Utrechtse namen van maanden en winden (midden 11e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p. 122); Het liefdeversje uit Vlaams-Artesië of Frans-Vlaanderen (eind 11e - begin 12e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p.126-130): 'Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hic enda thu uuat unbidat ghe nu'; Enkele namen en een versje uit het klooster Munsterbilzen in Belgisch-Limburg (ca. 1130; Corpus-Gysseling II-1, p. 131-133); De Groningse psalmglossen (3e kwart 12e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p. 134-135);
OSU, document 91 (ca. 900; S. Müller Fz. en A.C. Bouman (ed.)), Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301. 2 dln. Utrecht, 's-Gravenhage, 1920-1945).
De Heliand en Genesis (afschrift 2e helft 10e eeuw; Corpus-Gysseling II-1, p. 29-38) zijn niet opgenomen in de materiaalverzameling van het Oudnederlands Woordenboek, omdat de taal van deze tekst Saksisch is. De door Gysseling als Nederduits bestempelde Eltense evangelieglossen Corpus-Gysseling, p. 40) en de Nederduitse Prudentiusglossen uit Parijs (Corpus-Gysseling, p. 41-42) kunnen evenmin beschouwd worden als exponenten van het Oudnederlands. Glossen en losse woorden zijn opgetekend uit de volgende verzamelingen en publicaties De collectie Blok, in bewaring bij dr. A. Quak; De collectie Gysseling, in bewaring bij de Vlaamse Academie; F. Debrabandere, 'Persoonsnamen in de Leiestreek voor 1200'. In: De Leiegouw 22 (1980), p. 39-88; F. Debrabandere, 'Oude Westvlaamse woorden'. In: De Leiegouw 36 (1994), p. 322; M. Gysseling en F. Debrabandere, 'Vroegmiddeleeuwse persoonsnamen'. In: Naamkunde 31 (1999), p. 87-134; M. Gysseling en A.C.F. Koch: Diplomata Belgica ante annum millesium centesimum scripta. 2 dln. Brussel, 1950; Emily Kadens, 'Vreemde woorden in een vreemde taal. Volkstaalwoorden in Latijnse documenten uit Vlaanderen vóór 1250'. In: Taal en Tongval, Themanummer 12 (1999), p. 35-54; Th. Klein, 'Althochdeutsch und Altniederländisch'. In: Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik 57 (2003), p. 19-60. O. Leys, 'Vlaamse bijnamen voor 1225'. In: Med. Ver. Naamkunde 27 (1951), p. 109-120; 28 (1952), p. 61-67; O. Leys, 'Romaanse leenwoorden in deWestvlaamse naamgeving tot 1225'. In: Med. Ver. Naamkunde 30 (1954), p. 149-169; O. Leys, 'De bij- en beroepsnamen van Germaanse oorsprong in de Westvlaamse oorkonden tot 1225'. In: Med. Ver. Naamkunde 33 (1957), p.105-125; 34 (1958), p. 147-158; 35 (1959), p. 83-98 en 139-157; J. Mansion, Oud-Gentsche naamkunde. Bijdrage tot de kennis van het Oud-Nederlandsch. 's-Gravenhage, 1924; O. Oppermann, Fontes Egmundenses. Utrecht, 1933; Elmar Seebold, Chronologisches Wörterbuch des deutschen Wortschatzes. Der Wortschatz des 8. Jahrhunderts (und früherer Quellen). Berlin, New York, 2001; B.H. Slicher van Bath: 'Nederlandsche woorden in Latijnsche oorkonden en registers tot 1250'. In: TNTL 65 (1948), p. 38-53 en 118-147; C. Tavernier-Vereecken, Gentse naamkunde van ca. 1000 tot 1253. Een bijdrage tot de kennis van het oudste Middelnederlands. z.p., 1968; Adriaan Verhulst, Thérèse De Hemptinne et Lieve De Mey, 'Un tarif de tonlieu inconnu, institué par le comte de Flandre Thierry d'Alsace (1128-1168) pour le port de Littersuerua, precurseur du port de Damme'. In: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis 114 (1998), p. 143-172. De Frankisch materiaal Een belangrijke glossenverzameling wordt gevormd door de Malbergse glossen uit de Lex Salica, die tussen 511 en 768 moeten zijn opgetekend en die zijn overgeleverd in een afschrift dat tussen 754 en 768 vervaardigd is. Daarnaast is aan de hand van de delen XV, XVI en XVII van het Französisches Etymologisches Wörterbuch een collectie gemaakt van Franse leenwoorden uit het Frankisch woorden, voor zover er van deze woorden een Oudfrans equivalent van voor 1201 is aangetroffen. Karl August Eckhardt, Pactus legis Salicae. Hannover, 1962. Walther von Wartburg, Französisches Etymologisches Wörterbuch. Eine darstellung des galloromanischen sprachschatzes. Dl. XV, XVI en XVII. Basel, 1966-1969. Toponymisch materiaal K. De Flou: Woordenboek der Toponymie van Westelijk Vlaanderen, Vlaamsch Artesië, het Land van den Hoek, de graafschappen Guines en Boulogne, en een gedeelte van het graafschap Ponthieu. 18 dln. Brugge, 1914-1938; M. Gysseling, Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226). 2 dln. z.p., 1960; R.E. Künzel, D.P. Blok en J.M. Verhoeff, Lexicon van Nederlandse toponiemen tot 1200. 2e gewijzigde druk. Amsterdam, 1989. |




